Is er een kantelpunt in de aanbestedingsmarkt?
“Publieke organisaties zoeken naar een realistischer balans tussen ambities,
uitvoerbaarheid en budget.”, aldus de hoofdboodschap uit de recente NEVI Barometer.
Is er sprake van een kantelpunt in de aanbestedingsmarkt? Of wordt zichtbaar waar de grenzen van publieke inkoop liggen?
Jarenlang functioneerde de aanbestedingsmarkt binnen stabiele omstandigheden: de markt was competitief en het aantal inschrijvers relatief hoog: in 2017 gemiddeld rond de 4 à 5 partijen volgens TenderNed. Er was dan ook voldoende capaciteit om maatschappelijke ambities als duurzaamheid, social return en innovatie mee te nemen binnen publieke opdrachten.
Daarmee ontwikkelde publieke inkoop zich steeds nadrukkelijker van inkoopinstrument tot een verlengstuk van beleid.
Maar ondertussen veranderden de omstandigheden waarop dat systeem leunde. De arbeidsmarkt werd krapper: waar er in 2017 nog 32-45 vacatures waren per 100 werklozen, waren dat in 2025 101 vacatures. Tegelijkertijd kwam de uitvoeringscapaciteit onder druk te staan en lieten Covid-19, verstoringen in de internationale ketens en geopolitieke spanningen de zekerheid in “leveringszekerheid” wankelen.
Het maakte zichtbaar hoe afhankelijk publieke uitvoering eigenlijk is van een stabiele markt.
De markt lijkt daardoor niet alleen schaarser, maar ook selectiever te worden. Volgens recente cijfers van Tender Ned daalde het gemiddeld aantal inschrijvers richting de 3 à 4 partijen per aanbesteding.
En juist daar lijkt de behoefte aan een realistischer balans zichtbaar te worden.
Want publieke inkoop functioneert uiteindelijk vanuit wederzijdse afhankelijkheid.
Je kunt maatschappelijke ambities blijven stapelen, maar uiteindelijk moet de markt ze wel kunnen uitvoeren.
Daarmee wordt zichtbaar dat aanbestedingen geen statisch instrument zijn, maar eerder een tango: een afstemming tussen publieke doelstellingen en praktische uitvoerbaarheid.
Een evenwicht dat jarenlang vanzelfsprekend leek, maar in een schaarser en minder voorspelbaar speelveld opnieuw moet worden gevonden.